Veel ondernemers laten vandaag nog steeds grote sommen geld op de rekening van hun vennootschap staan. Dat lijkt veilig, maar levert nauwelijks iets op. Nu de rente opnieuw gestegen is en de markten meer kansen bieden, is het zonde om die cash niet voor u te laten werken.
De vraag is: hoe kunt u uw vennootschapscash optimaal beleggen, met oog voor rendement én fiscaliteit?
Het vertrekpunt blijft altijd hetzelfde: uw beleggersprofiel, risicobereidheid en de statuten van de vennootschap bepalen de juiste keuzes. Daarnaast is het slim om eerst de mogelijkheden rond fiscaal voordelige pensioenopbouw (zoals VAPZ, IPT of POZ) volledig te benutten. Pas daarna is het interessant om het overschot aan liquiditeiten te beleggen.
1. DBI-fondsen
DBI-fondsen (Definitief Belaste Inkomsten) zijn speciaal ontwikkeld voor vennootschappen. Wanneer ze beleggen in aandelen van bedrijven die al onderworpen zijn aan een normaal belastingregime, zijn zowel de dividenden als de meerwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
Waarom interessant?
- Fiscaal voordeel ten opzichte van klassieke aandelenfondsen.
- Spreiding en professioneel beheer.
- Gericht op de lange termijn met hoger rendements-potentieel.
Kosten: instapkosten (0–3%) en jaarlijkse beheerkosten (gemiddeld 1–1,5%).
2. Obligaties
Door de gestegen rente zijn obligaties opnieuw een aantrekkelijk alternatief. Ze bieden voorspelbare inkomsten, maar zonder het fiscaal voordeel van DBI-fondsen.
Kenmerken:
- Rente en meerwaarden zijn belastbaar, maar minwaarden zijn aftrekbaar.
- Individuele obligaties: transparantie en terugbetaling op eindvervaldag, maar vaak hoge instapdrempel.
- Obligatiefondsen: eenvoudiger en gespreid, maar wel instap- en beheerkosten.
Obligaties passen goed in een gespreide portefeuille, vaak in combinatie met aandelen.
3. Termijnrekeningen en geldmarktfondsen
Voor ondernemers die zekerheid en liquiditeit verkiezen, blijven termijnproducten en geldmarktfondsen een optie.
- Termijnrekening: vaste rente en zekerheid, maar uw geld zit vast tot de einddatum.
- Geldmarktfondsen: beleggen in kortlopende instrumenten, volgen de kortetermijnrente en zijn vlot verhandelbaar.
Let wel: geldmarktfondsen bieden geen kapitaalgarantie en rekenen instap- en beheerkosten aan.
4. Spaarverzekering (Tak 26)
Tak 26-producten zijn levensverzekeringen zonder overlijdensdekking, bedoeld om cash veilig te beleggen met een langere horizon.
Kenmerken:
- Gegarandeerd rendement (1,5% – 2%), vaak aangevuld met winstdeelname.
- Geen premietaks (in tegenstelling tot tak 21).
- Intresten belastbaar in de vennootschap.
- Instapkosten kunnen oplopen tot boven 5% → onderhandelen is cruciaal.
Ideaal voor ondernemers die veiligheid en stabiliteit belangrijker vinden dan het hoogste rendement.
5. Private equity (niet-beursgenoteerde aandelen)
Private equity of niet-beursgenoteerde aandelen zijn een optie voor wie een groot kapitaal, lange adem en hogere risicobereidheid heeft.
Kenmerken:
- Hoge rendementspotentie, maar ook hoger risico.
- Beperkte liquiditeit, looptijden vaak 10 tot 12 jaar.
- Aanbevolen slechts als kleine positie (max. ±5% van het vermogen).
- Meestal via gespecialiseerde fondsen om voldoende spreiding te krijgen.
Conclusie: maatwerk en spreiding
De keuze voor de juiste belegging met vennootschapscash hangt af van:
- uw risicoprofiel;
- de beleggingshorizon;
- de liquiditeitsbehoefte van uw onderneming.
DBI-fondsen zijn vaak de meest fiscaal voordelige oplossing. Obligaties en termijnproducten bieden zekerheid en voorspelbare inkomsten. Private equity kan dienen als aanvullende diversificatie voor wie over grotere reserves beschikt.